Literaire en technische analyse – De man die zo graag een cowboy wilde zijn

Kees Engelhart – Uitgeefhuis De Manke God, 2015

Vorm en structuur

De bundel is opgebouwd uit korte, genummerde hoofdstukken met een vaste titelstructuur en een subtiele narratieve voortgang. Het betreft geen doorlopende roman of klassieke dichtbundel, maar een hybride vorm van ritmisch proza, poëtische miniaturen en dramatische scènes. Veel hoofdstukken openen met een variant op de titelzin ('De man die zo graag…'), waardoor een mantra ontstaat die de tekst thematisch bindt en liturgisch ritme verleent.

De stijl is paratactisch: korte, vaak eenvoudige zinnen, met minimale interpunctie. Deze stijlkeuze weerspiegelt de mentale en fysieke achteruitgang van de hoofdpersoon en creëert tegelijk een cadans die de tekst poëtische kracht verleent. Herhaling, opsomming en herneming zijn centrale stilistische middelen.

Vertelstandpunt en perspectief

Het vertelperspectief verschuift geleidelijk. Aanvankelijk domineert de focalisatie via de stervende man: zijn observaties, onzekerheden, dromen en herinneringen vormen de kern. Later kantelt dit naar zijn omgeving: de dochter, haar aanstaande, de half Chinese vrouw. Deze perspectiefverschuiving wordt niet gemarkeerd door formele breuken, maar door stilistische signalen en thematische overgangen. Hierdoor ontstaat een meervoudige binnenwereld zonder expliciete vertelinstantie.

Taalgebruik en toon

De taal is eenvoudig maar geladen, vaak met lichte ironie en een ondertoon van compassie. De toon wisselt tussen melancholie, spot, tederheid en absurditeit. Dramatische situaties worden zelden dramatisch benoemd; eerder ontstaat betekenis via suggestie en observatie. De tekst maakt veelvuldig gebruik van ritmiek, alliteratie en repetitie — technieken die het muzikaal karakter versterken. De toon blijft opvallend zacht, zonder pathos, zelfs in het afscheid en de dood.

Thematische motieven

- Aftakeling, dood, herinnering
- Mythevorming rond identiteit (de cowboy)
- Familiebanden: liefde, eenzaamheid, afhankelijkheid
- Zorg en asymmetrische relaties
- Ritueel en wijding: het sterven als laatste acte

De tekst verweeft het banale (koffie, poezen, babyvoeding) met het sublieme (herinnering, dood, begrafenis), zonder ze te rangschikken. De cowboy is een mythische projectie, een onbereikbaar zelfbeeld dat met zachte hand ontmanteld wordt.

Typografie en presentatie

De bundel gebruikt een rustige opmaak, met veel witruimte en duidelijke hoofdstuktitels. De paginanummers zijn discreet. Deze typografische eenvoud ondersteunt de inhoud: de rust van het stervensproces en het eerbetoon aan een geleidelijk verdwijnende identiteit. Elke tekst staat op zichzelf maar vormt tevens een bouwsteen in de opbouw naar de finale. Het slothoofdstuk 'WAARIN HET GROTE WACHTEN BEGINT' resoneert als echo van het hele werk: wat rest is wachten, herinneren, en het bewaren van vorm in de leegte.

Verwantschapsliteratuur

 

Binnen de Nederlandse literatuur zijn er stilistische en thematische verwantschappen met:

- F. Springer (*Bougainville*): ironische zelfbespiegeling en afbrokkelend manbeeld
- Maarten 't Hart (*Het roer kan nog zesmaal om*): huiselijkheid en dood op milde toon
- Nanne Tepper (*De eeuwige jachtvelden*): vaderfiguren, mythes en melancholie
- Toon Tellegen: ritmische melancholie en absurdisme

Internationaal gezien vertoont de bundel verwantschap met:

- Raymond Carver: het dagelijks leven als drager van existentiële tragiek
- Samuel Beckett: taalverval, herhaling, absurditeit in stervensprocessen (*Krapp’s Last Tape*)
- Lydia Davis: miniaturen die uit banale waarnemingen existentiële lagen destilleren
- Sherwood Anderson (*Winesburg, Ohio*): vervreemding binnen de gemeenschap, emotionele isolatie

Binnen het universum van *De Manke God* vormt de bundel een pendant van de meer groteske teksten van Engelhart (*Onwaarschijnlijke Gedichten*), maar met een sobere intensiteit. De aanwezigheid van Doppertje Kid verbindt het werk aan de bredere mythologie van het uitgeefhuis, als rituele bode van het literaire hiernamaals.